Wat zijn de basisregels van hockey?

basisregels hockey

Vroeger hadden hockeyers in Nederland heel andere spelregels. De stick was namelijk gemaakt van touw en canvas en had twee platte kanten. Ze speelden met een oranje bal: ook wel de sinaasappel genoemd. Wat nu een no go is, mocht men vroeger tijdens hockey met de voet spelen. Al met al is er dus veel veranderd in de hockeywereld. Lees hieronder wat tegenwoordig de basisregels en -technieken zijn van hockey.

Spelregels

Hockey wordt gespeeld op kunstgras, op een veld van 91,40 meter lang en 55 meter breed. Een hockeyteam heeft een maximum van twaalf actieve spelers, waaronder één keeper. De spelers mogen de bal niet met hun lichaam aanraken, enkel met de stick. Alleen de keeper mag met de handen en voeten – en de stick – de bal tegenhouden. Dit geldt alleen binnenin de cirkel. Het doel van hockey is om zoveel mogelijk doelpunten te maken.

Scoren

Er bestaan vier manieren om te scoren bij hockey: een veldgoal, een strafcorner, een strafbal en een shoot-out. Als een team een overtreding maakt in de eigen cirkel, krijgt de tegenstander een strafcorner. Bij een strafbal wordt de bal op een strafstip gelegd, op 6,40 meter van het doel. Een shoot-out komt alleen voor als de stand gelijk is. Dit is een een-tegen-eenwedstrijd tussen de keeper en speler.

Technieken

Push

Een push is een van de meest gebruikte manieren om over te spelen. Door middel van een snelle beweging wordt de bal in beweging gebracht. 

Flats

Deze flats wordt ook veel gebruikt tijdens het hockeyspel, aangezien het een vrij simpele techniek is. De flats is bedoeld om de bal naar de medespeler te spelen en wordt dus vooral gebruikt tijdens het overspelen. Wanneer je de flats wil uitvoeren, is een goede achterzwaai belangrijk. Zo krijgt de bal veel snelheid.

Scoop

Een scoop is het omhooghalen van de bal. Deze bal moet wel stilliggen. Je haalt deze bal omhoog door middel van een schepbeweging en probeert de krul van de stick onder de bal te krijgen.

Dummy

De dummy is een passeertechniek, die je kunt uitvoeren naar rechts of naar links. Het is eigenlijk een schijnbeweging: je laat de tegenstander denken dat je naar een bepaalde kant gaat, terwijl je op het laatste moment de bal naar de andere kant laat gaan.